Onderzoek munitiedump | Wereldnieuws uit je regio | wereldregio
Logo wereldregio.nl

Onderzoek munitiedump

Er komt toch weer een onderzoek naar de risico’s van de munitie die na de oorlog is gedumpt in de Oosterschelde, pal voor het Zierikzeese Havenkanaal. Het gaat om bommen en granaten en andere munitie die in de periode tussen 1945 en 1967 is gestort. Zowel de gemeente als de provincie vroegen jaren geleden al aan het minister van Defensie om de enorme hoeveelheid munitie op te ruimen of in ieder geval af te dekken. Maar zowel Defensie als Rijkswaterstaat zagen daar nooit een reden voor. Er zouden geen risico’s kleven aan de dumping.

Totdat deze week het televisieprogramma Een Vandaag het weer op de agenda zetten. Deskundigen spreken van een risico. Met name het vrijkomen van schadelijke stoffen werd als een probleem gezien. Afdekken zou de beste oplossing zijn omdat met het ruimen van het oorlogstuig teveel risico’s genomen zouden worden.

De munitie ligt nu open en bloot op de bodem van de Oosterschelde. Het zout vreet het aan en daarbij komen schadelijke stoffen vrij. Daarmee wordt ook het explosiegevaar vergroot. Dat is geen probleem voor de directe veiligheid omdat het op de bodem van de Oosterschelde gebeurt, maar voor natuur en milieu zou het een ‘tikkende tijdbom’ zijn.

Burgemeester Gerard Rabelink wijst erop dat hij eerder gevraagd heeft om het af te dekken. Maar Defensie en Rijkswaterstaat hikken tegen de kosten aan. En dus is het niet gebeurd met de mededeling dat er geen gevaar is.

Provinciebestuurder Carla Schönknecht denkt daar anders over. Deze week maakte ze bekend dat Rijkswaterstaat een nieuw onderzoek gaat starten naar de risico’s. Dat betekent dat Rijkswaterstaat ook voldoende reden ziet om ermee aan de slag te gaan.

Op de bodem van de Oosterschelde voor het Zierikzeese Havenkanaal ligt een onvoorstelbaar grote hoeveelheid munitie. Er wordt gesproken over miljoenen kilo’s, waarvoor alleen al achthonderd vrachtwagens nodig zijn om het te vervoeren. In een recente reactie laat het gemeentebestuur weten voorstander te zijn van actie. Als onderzoek uitwijst dat er beter iets gedaan kan worden, dan moet dat gebeuren, zo luidt de reactie.