Afbeelding

De geboortepenning van Pieter de Canter uit 1622

Column

Het was vierhonderd jaar geleden, op 4 november 1622, feest in het gezin van Jacob de Canter en Abigaël Pieters te Zierikzee. Hun zoon Pieter kwam gezond ter wereld. Zes dagen later, op zondagmorgen 10 november, ging de trotse vader met de baby naar de kerk waar het kindje aan het eind van de kerkdienst werd gedoopt. Zoals al eeuwen gebeurt, doopte de predikant zijn hand in het water in het doopvont en besprenkelde het voorhoofdje van de baby driemaal en sprak tegelijkertijd de plechtige woorden uit: Pieter, ik doop u in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes.

Vader De Canter was niet alleen. Bij het doopvont stonden drie anderen, die waren gevraagd als doopgetuigen. Het waren de goudsmid Anthonis van der Willigen, een goede bekende van de familie, Dingenken de Canter, een tante van de baby en Janneken Heyndrix, eveneens een goede kennis van het gezin. Zij hebben de vader naar huis vergezeld om met de moeder en familieleden stil te staan bij de gedenkwaardige gebeurtenis. Het zal toen zijn geweest dat Anthonis van der Willigen een heel bijzonder cadeau aan de ouders overhandigde: een geboortepenning die hij in de voorafgaande dagen had gemaakt.

Op de geboortepenning is aan de ene kant de naam en geboortedatum van Pieter gegraveerd en op de andere kant het familiewapen. Daarop staat een keper, met een kruis en een maan; als helmteken eveneens een maan. Anthonis Pietersz. van der Willigen was goudsmid, evenals zijn oudere broer Herman. Anthonis woonde in het huis ‘Roomen’ aan de Meelstraat, aan de rechterzijde van het stadhuis. Met Anthonis, die een bekwaam vakman en ook graveur was, is het niet goed gegaan. In 1634 werd hij in Vlissingen opgepakt wegens het maken van valse munten. Zijn verdiensten als graveur van penningen zijn uitvoerig beschreven door mej. M.G.A. de Man (1855-1944), de verdienstelijke numismatica uit Middelburg.

Grootvader Philips de Kanter was een van de vele vluchtelingen die uit Vlaanderen was weggegaan toen het hun onmogelijk werd hun geloof te belijden. In 1588 werd Philips poorter van Zierikzee. In het poortersboek werd genoteerd dat hij in Brugge was geboren en dat hij twee zoontjes bij zich had: Jacob en Jan. Vader Philips en zoon Jacob waren kleermaker en datzelfde beroep kreeg ook Pieter. Na het overlijden van vader Jacob kreeg de weduwe Abigaël Pietersdr. steun van haar oudste zoon Pieter. Die trouwde in 1653 met Neeltje Borrendamme en na haar overlijden in 1665 met Magdalena Schuurbeque. Dat tweede huwelijk bleef kinderloos; uit het eerste huwelijk werden vijf kinderen geboren. Zoon Jacob de Kanter (1657-1719) werd een vooraanstaand man in de stad en werd onder meer raad, burgemeester en thesaurier. Vader Pieter de Canter woonde met zijn gezin aan de Meelstraat in het pand op de westelijke hoek van de Maarstraat. In 1671 werd hij benoemd tot koster van de Grote kerk en consistoriedienaar. In die laatste functie stond hij de predikanten en de kerkenraad of consistorie ter zijde. Ook werd Pieter kamerbode of dienaar van de classis die in de consistorie van de Grote kerk vergaderde. Deze functies gingen na Pieters overlijden over op zijn zoon Cornelis. Pieter was er de geschikte man voor. Van hem werd genoteerd dat hij ‘een man vroom ende van goeden wandel’ was.

Zijn geboortepenning heeft hij met zorg bewaard. De penning ging van generatie op generatie over. In 1930 schonk een verre nazaat, de bankier A.C. de Kanter (1870-1945) in Den Haag, de penning aan het toen opgerichte gemeentemuseum en sindsdien wordt die met net zoveel zorg bewaard.

Huib Uil