Afbeelding

De maand van de geschiedenis – rampen en crises

Column

Oktober is de maand van de geschiedenis. Ieder jaar is in deze weken het vizier op onze geschiedenis gericht. Dat gebeurt op allerlei manieren, ook op Schouwen-Duiveland. Wie de boekhandel binnenloopt, ziet het al snel. Voor de Libris Geschiedenis Prijs 2022 zijn vijf boeken geselecteerd.

Het thema is dit keer: rampen. Het Zierikzeese Stadhuismuseum geeft, met medewerking van het Zeeuws Archief, aandacht aan het rampjaar 1672 toen een boze menigte datzelfde stadhuis belaagde. In de Noordhavenpoort belicht de Stichting Vlam de bewogen jaren 1572-1576 toen ook onze regio geconfronteerd werd met de opstand en de strijd tegen het Spaanse bewind. Ook het Watersnoodmuseum haakt in met rondleidingen, kinderactiviteiten en een lezing. Nam het Gemeentearchief Schouwen-Duiveland in het verleden deel met een open zaterdag, de deur blijft nu dicht. De opvolger, het Zeeuws Archief, houdt een open dag op 5 november in Middelburg. Zierikzee is daarentegen prominent aanwezig bij de verkiezing van het Zeeuwse boek van het jaar. ‘Zierikzee, acht eeuwen stad’ behoort tot de genomineerden. Daarom de vrijmoedige oproep: ga naar de website van de PZC en stem op dit boek.

Ter gelegenheid van de maand van de geschiedenis verscheen onder meer een essay van Beatrice de Graaf. Zij is hoogleraar in Utrecht en een internationaal erkende autoriteit op het gebied van de geschiedenis van terrorisme, oorlog en veiligheid. De titel van haar essay is kort en krachtig: Crisis! Dat is het woord dat ons in deze laatste jaren bezighoudt: de coronacrisis, de oorlogscrisis, de stikstofcrisis, de energiecrisis. De Graaf beschrijft de ontwikkelingen in de afgelopen twee eeuwen. Ze begint in de periode dat ons land nog nauwelijks een eenheid vormde. Dat er geen overheid was, zoals op de achterflap van de uitgave wordt gesteld, is onjuist en is ook niet in het essay te lezen. Wel dat pas met de introductie van een centrale overheid in de Bataafs-Franse tijd, een begin werd gemaakt met maatregelen op landelijk niveau bij rampen, epidemieën en opstanden.

De schrijfster accentueert het besef dat ontstond bij de overheid en de samenleving en de kantelpunten daarin. Ze analyseert dat het belangrijkste kantelpunt vrij recent ligt: in de jaren negentig van de vorige eeuw. Tot dat moment waren de reacties vooral volgend en weinig sturend. Tekenend is dat pas halverwege de twintigste eeuw het begrip crisis werd gedefinieerd: een gebeurtenis die diep ingrijpt in het functioneren van de samenleving of onderdelen ervan en waarbij onder tijdsdruk diep ingrijpende beslissingen moeten worden genomen.

Beatrice de Graaf neemt de lezers mee in haar tocht langs die crises waarvan de cholera in de negentiende eeuw de eerste was op nationaal niveau. Parallel daaraan beschrijft ze de veranderende houding van de overheid. Tussen 1877 en 1910 groeide het aantal ambtenaren van 13.000 naar 91.000. Dat had alles te maken met de groeiende greep op de samenleving. Toch was de overheid op veel terreinen nog te weinig actief. Kritiek zou terecht zijn geweest bij de watersnoodramp van 1953. Die ‘groef zich als nationaal trauma in het publieke geheugen in’, aldus Beatrice de Graaf. Het bracht een enorme eensgezindheid met zich mee om te helpen.

Het ging naar een tijdvak waarin de bevolking zich steeds meer liet horen. De ramp in de Bijlmer, waarbij een vliegtuig neerstortte op een flatgebouw, zorgde voor een kantelpunt. Crises gingen gepaard met veel aandacht van de media en dramatisering. Steeds meer en vaker werd de overheid verantwoordelijk gehouden voor rampen en crises. Het essay van Beatrice de Graaf, verkrijgbaar in de boekhandel, maakt veel van onze tijd inzichtelijk.

Beatrice de Graaf, Crisis!, uitgeverij Prometheus, Amsterdam, ISBN 9789044650655, € 4,99.