Afbeelding

Dingeman van der Vliet (1792-1866)

Column

Tot de ambitieuze jongemannen uit het Schouwen-Duivelandse verleden behoorde Dingeman van der Vliet. Zouden zijn verlangens zijn verwezenlijkt, dan was Dingeman een heel bekende dierenarts geworden. Het liep anders, onze Dingeman werd succesvol op een ander terrein.

Dingeman was de zoon van de Zierikzeese kruidenier Jan van der Vliet (1770-1818), woonachtig aan de Mol. Hij was de kleinzoon van de beurtschipper Jan Janszoon van der Vliet, die zich als beurtschipper in Zierikzee had gevestigd. Net zoals een aantal van zijn beroepsgroep was kruidenier Jan van der Vliet op de scheiding van de achttiende en negentiende eeuw vermogend geworden. Dat gaf hem de mogelijkheid om zijn oudste zoon Dingeman naar een kostschool in Oirschot te sturen. Dingeman was ijverig, leergierig en oppassend. Hij leerde er uitstekend Frans, de internationale taal van toen. In 1805 keerde Dingeman terug in Zierikzee en trad in de leer bij de chirurgijn Dingeman Johannes Maatjes. Daar leerde hij de kneepjes van de geneeskunde. In 1807 werd er nog een jaartje aan vastgeplakt bij de neef van de chirurgijn, de medisch doctor Martinus Bruijnvisch Maatjes. Toch ging Dingeman een andere richting.

In 1807 werd een oproep in de Zierikzeesche Courant geplaatst voor jongemannen om te worden opgeleid tot veearts. De veel voorkomende runderziekten en de zorg voor paarden, nodig in de legers van keizer Napoleon, schiep de behoefte de veeartsenij naar een hoger niveau te brengen. Dingeman gaf zich op en behoorde tot de zes Nederlandse jongens die naar de daarvoor bestemde school in Alfort, bij Parijs, werden gestuurd. Gesteund door een studiebeurs en nog maar zestien jaar oud was Dingeman ook daar een ijverige leerling. In Parijs deed hij belijdenis van zijn geloof bij een van de drie Nederlandse predikanten die de wereldstad telde. Toen hij in 1810 even terug was in Zierikzee leerde hij zijn stadsgenote Maria van de Polder beter kennen. De twee werden verliefd. Een jaar later keerde Dingeman met zijn benoeming tot veearts op zak definitief terug.

Het beroep van veearts werd voor Dingeman geen succes, zijn benoeming tot (eerste) veearts in Zeeland ten spijt. De eigenaren van vee en paarden waren veel meer vertrouwd met de hoefsmeden en andere pseudo-artsen. Dat betekende dat Dingeman geen bestaan kon vinden ondanks zijn inzet zich door zelfstudie verder te bekwamen. Emeritus-dierenarts Ken Buth achterhaalde dat Dingeman de gedoodverfde kandidaat was voor een op te richten veeartsenijschool in Zutphen, maar dat plan ging niet door.

In 1812 was Dingeman getrouwd met zijn jeugdliefde Maria van de Polder. Samen kregen ze acht kinderen waarvan er twee slechts enkele dagen leefden. Ter wille van het groeiende gezin wendde Dingeman de steven. In 1815 mocht hij zijn oom G.K. de Moote opvolgen als commissionair in granen. In de handel en als zaakwaarnemer was Dingeman uiterst succesvol. Hij steeg op de maatschappelijke ladder en vervulde allerlei functies. De bekroning werd het lidmaatschap werd van de stadsraad, later de gemeenteraad, van 1844 tot 1857. Het gezin woonde aan de Oude Haven, op de westelijke hoek van de Paardenstraat.

De papieren van Dingemans jonge jaren bleven in de familie bewaard. Ze kwamen terecht bij Dingemans kleinzoon Marius van der Vliet, die, opmerkelijk, een succesvol veearts werd en woonachtig was in Kruiningen. Diens gelijknamige kleinzoon, die zenuwarts was, publiceerde over Dingeman en schonk in 2003 het archief van zijn betovergrootvader aan het Gemeentearchief Schouwen-Duiveland. De portretten van het echtpaar Van der Vliet-van de Polder, met een portret van hun zoon Cornelis van der Vliet (1830-1890), werden in 2015 verworven door het Stadhuismuseum. De voornaam Dingeman keerde terug bij kleinzoon mr. Dingeman van der Vliet, burgemeester van Zierikzee, 1910-1916.

Huib Uil