Logo wereldregio.nl
Foto:

J.W. Vorstheuvel Labrand (1804-1894)

  Column

Drie generaties Vorstheuvel Labrand waren verbonden aan de tabakswinkel ‘De Rookende Moor’ in de Korte Sint Janstraat in Zierikzee. De eerste wist de zaak tot een florende onderneming te maken. De zoon en de kleinzoon traden in zijn spoor. Het Stadhuismuseum is sinds 2018 in het bezit van twee fraaie schilderijen van de eerste generatie: Jan Willem Vorstheuvel Labrand, en zijn eerste echtgenote, Pieternella Adriana de Looze. De beide portretten zijn geschilderd door de Zierikzeeënaar J. Korsten Cz.

De familie Labrand was uit Bergen op Zoom afkomstig. Jan Labrand vestigde zich als kuiper in de tweede helft van de zeventiende eeuw in Zierikzee. Zijn achterkleinzoon was Johannes Marcus Labrand (1755-1828) die na het overlijden van zijn echtgenote hertrouwde met Geertruida Vorstheuvel, die in Boskoop geboren was. Die naam werd toegevoegd aan die van Labrand bij de geboorte van Jan Willem in 1804 waardoor de dubbele achternaam ontstond.

Uit overlevering is bekend dat op woensdag 22 mei 1822 de toen achttienjarige Jan Willem zijn intree deed in de tabakszaak van zijn halfzus Alberdina Labrand. Zij was drie jaar tevoren weduwe geworden van Johannes Lagcher, die de winkel was begonnen. Zij probeerde met vier kleine dochtertjes de zaak voort te zetten. Vanzelfsprekend was Jan Willem zeer welkom om haar tot steun te zijn. Hij nam de tabakshandel over en bouwde die met succes uit. In 1824 was Jan Willem getrouwd met Pieternella Adriana de Looze, dochter van een deurwaarder. Zij kregen zes kinderen waarvan er twee jong overleden. De oudste zoon, Johannis Marcus, werd kapitein op de koopvaardij. De volgende, Frans Johannes Vorstheuvel Labrand (1827-1903), was apotheker. Waarschijnlijk had de jongste zoon Cornelis Mattheus (1836-1863), die als sigarenfabrikant te boek staat, zijn vader opgevolgd, maar door zijn overlijden kwam dat er niet van. Frans stopte met de apotheek en zette ‘De Rookende Moor’ voort. Hij werd daarin opgevolgd door zijn zoon Jan Willem Vorstheuvel Labrand (1855-1938). Deze deed in 1919 de zaak over aan J. Peute, die de oude firmanaam bleef hanteren: voorheen J. Labrand & Zoon.

Waarom in die firmanaam niet de andere naam Vorstheuvel voorkwam, laat zich verklaren uit het feit dat de eerste Jan Willem Vorstheuvel Labrand geen waarde hechtte aan die dubbele familienaam. Hij noemde zich als regel J. La Brand. Na het overlijden van Pieternella Adriana de Looze in 1854 hertrouwde Jan Willem vier jaar later met de tien jaar jongere Alida Engelina Elisabeth Logemann, geboren in Emden, toen nog onderdeel van het Duitse koninkrijk Hannover, en al geruime tijd woonachtig in Zierikzee. Uit dit tweede huwelijk werden geen kinderen geboren. Zij vertrok als weduwe uit Zierikzee naar Rheden en overleed in 1910.

Jan Willem Vorstheuvel Labrand had als tabakshandelaar veel succes en was in Zierikzee een gerespecteerd zakenman. Hij was lid van de Zierikzeese Kamer van Koophandel vanaf 1872 tot de opheffing ervan in 1884. Anders dan nu was deze kamer een adviesorgaan van de gemeente en stimuleerde de handel en nijverheid. Al op jonge leeftijd werd Jan Willem diaken van de Hervormde gemeente, die hij later ook diende als notabel. De notabelen kozen de kerkvoogden en werden in belangrijke zaken gekend. Zorgen over zijn toekomst hoefde hij zich vanaf 1864 niet meer te maken. In dat jaar overleed zijn nicht, de schatrijke Adriana Dekker, van wie hij een van de erfgenamen was. Haar vader, Jacobus Dekker, was een zeer succesvol kruidenier en liet een groot legaat na aan de Hervormde gemeente in de vorm van landerijen. Het Legaat Dekker bestaat nog steeds en is een inkomstenbron voor de Hervormde gemeente in Zierikzee. Op een dag na, werd Jan Willem Vorstheuvel Labrand negentig jaar oud.

Huib Uil