Logo wereldregio.nl
Foto:

Geestdrift

  Column

Fatima

‘Koop lokaal’ is de leus. Daarom bestel ik het boek - beschreven in een recensie in onze ochtendkrant - niet bij meneer Bol, maar gewoon bij boekhandel De Vries in Zierikzee. Ze hebben het op voorraad, ik kan er dezelfde dag om. De titel is ‘Het boek van Fatima, een stem tegen de stilte’, geschreven door de dertienjarige Fatima Noori. Zij is een Afghaans meisje dat als achtjarige samen met haar ouders begonnen is aan een tocht, waarvan ze niet weten waar deze zal eindigen. Fatima wil als boodschap in haar boek meegeven dat mensen veel meer zijn dan het stempel ‘vluchteling’. Het gezin Noori komt na een lange tocht aan in Edegem, vlakbij Antwerpen. Het boek ligt op mijn bureau terwijl ik het materiaal bestudeer van de Week van het Gebed. Dit jaar zijn het christenen uit het Midden-Oosten die het materiaal geschreven hebben. Het thema in de Week van Gebed dit jaar (16 t/m 22 januari) is ‘Licht in het duister’, met de Wijzen uit het Oosten in de hoofdrol. Terwijl ik het boek van Fatima Noori lees, bedenk ik dat zij eigenlijk wel gezien kan worden als jonge ‘Wijze uit het Oosten’. Al was het maar doordat zij in de nachtelijke sterren tekenen van hoop ziet. Wekenlang wordt het gezin Noori verkast van het ene kapotgeschoten huis naar het andere. Soms slapen ze in een huis zonder dak, waar sterren hun slaapplek verlichten. De voettocht door de bergen vindt plaats in het donker, ook dan zijn de sterren de enige lichtpuntjes vol hoop. Afgelopen zondag mocht ik voorgaan op de Zondag van de Eenheid in de gezamenlijke kerkdienst van Zonnemaire en Brouwershaven. De stem van Fatima kreeg een plek in de verkondiging. Ook tijdens de gebedsavond van de Week van Gebed in Nieuwerkerk hebben we gebeden voor Fatima’s lotgenoten in Afghanistan. Haar verhaal blijft geen verhaal uit Verweggistan. Zeker niet wanneer ze de ongastvrijheid beschrijft waar ze tegenaan loopt in de Westerse samenleving. Haar boek heeft daarom als ondertitel gekregen ‘Een stem tegen de stilte’. Opeens denk ik aan een andere lokale leus: ‘Schouwen-Duiveland, waar iedereen zich welkom voelt’. Is in deze lokale leus niet een mooie hoopvolle tegenstem te vinden? Volg het advies op dat bij deze plaatselijke campagne hoort! Zeg welgemeend tegen elkaar: ‘Blij dat je er bent!’ en breng zo ook wat licht in het duister.

Marjan Riedijk