Logo wereldregio.nl
Foto:

mr. Joost van Felius (1935-2021)

  Column

Joost van Felius stond bekend om zijn open houding en deskundigheid. Het begin en het einde van zijn leven lag op Schouwen-Duiveland, dat hij een warm hart toedroeg. In Zonnemaire, het dorp waar zijn wieg stond, werd hij begraven na een rouwdienst in de Hervormde kerk.

Joost was een telg uit een familie die zijn wortels had in Zuid-Beveland. Een deel van de familie streek neer op Schouwen. De voornaam Joost werd in de familie doorgegeven en gaat terug tot in de achttiende eeuw. Joost was de vijfde in de rij van zeven kinderen van Cornelis Leendert van Felius en Elisabeth van Splunder. Vader was landbouwer, moeder had een winkeltje. In soberheid groeide Joost op, hielp bij het melken van de koeien en was geïnteresseerd in alles om hem heen. Het gezin behoorde tot de Gereformeerde kerk waar vader Kees ouderling was. Joost ging vanzelfsprekend naar de Christelijke lagere school. Even vanzelfsprekend was dat hij lid werd van de Gereformeerde jeugdclub Timotheus. Bij de voordrachtwedstrijden van deze club in 1949 behaalde Joost de eerste prijs.

Joost ging inmiddels naar de Christelijke ULO-school in Zierikzee. Na het behalen van het diploma kon hij aan de slag in het gemeentehuisje van Noordgouwe, dat tegen de kerk stond. De ruimte was in tweeën gedeeld met een beweegbaar schot. Joost maakte de moeilijke dagen van de ramp van 1953 mee. Burgemeester Z. Cornelis was niet opgewassen tegen de situatie en daarom werd de plaatselijke dominee J.M. Barendrecht, eerder legerpredikant, benoemd tot waarnemend burgemeester. Joost was oorgetuige – het tussenschot hield weinig geluid tegen – hoe in april de Commissaris van de Koningin in Zeeland, jhr. De Casembroot, ds. Barendrecht duidelijk maakte dat hij niet kon aanblijven als burgemeester en dat Cornelis zou terugkeren.

In zijn Noordgouwse tijd behaalde Joost in 1956 het diploma gemeenteadministratie 1. In datzelfde jaar volgde zijn benoeming tot adjunct-commies bij de gemeente Abcoude. De loopbaan ging verder via de gemeente Putten naar Hardenberg waar hij in 1967 hoofdcommies werd. Inmiddels had hij zich gespecialiseerd in de gemeentefinanciën waarvan hij het diploma behaalde. Ter zijde: in Hardenberg was zijn neef mr. L.A. van Splunder, ook uit Zonnemaire afkomstig, burgemeester.

In 1969 werd Joost benoemd tot referendaris bij de gemeente Laren in Noord-Holland. Op 30 oktober 1992 volgde zijn benoeming tot gemeentesecretaris. Ondertussen had hij rechten gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Een eerdere benoeming had hij aan zich voorbij laten gaan om die studie af te ronden. Per 1 april 2000 volgde zijn pensionering. Hij liet de gemeentelijke organisatie in goede staat achter, met een gezonde financiële positie.

Joost keerde terug naar Schouwen-Duiveland en streek neer in Schuddebeurs. Graag wilde hij zijn kennis en kunde inzetten in de gemeentepolitiek. Omdat de VVD hem geen verkiesbare plaats gaf, richtte hij, gesteund door Ruud Bolderman, de eerste lokale partij Alert! op. Dankzij een actieve campagne kwam de nieuwkomer in 2002 met drie zetels in de raad en werd Joost wethouder met financiën als belangrijkste portefeuille. Maar twee jaar later kwam daaraan een einde door het drama rond een archeologische opgraving waardoor alle vier wethouders aftraden. Joost bleef tot 2010 in de raad. In deskundigheid stak hij met kop en schouders boven de anderen uit, maar moest meer dan eens ervaren dat in de politiek gelijk hebben niet gelijk staat aan gelijk krijgen.

Een herseninfarct zorgde voor een halfzijdige verlamming. Maar ondanks dat zette hij door tot een ongeneeslijke ziekte zich openbaarde. Nieuwe levensvreugde had hij inmiddels gevonden met Regina Op de Beek die hem met grote trouw en liefde bijstond. De weg naar de kerk had hij teruggevonden; in de rouwdienst klonken woorden van hoop en vertrouwen naar aanleiding van Psalm 23. Zoon Kees, partijgenoot Jos Hoeijmakers en Regina Op de Beek waren de sprekers, naast dominee Freek Schipper.