Logo wereldregio.nl
Foto:

A. Jonker vijfentwintig en veertig jaar veldwachter

  Column

Vijfentwintig en veertig jaar geleden was het feest in Noordgouwe. Veldwachter Jonker vierde zijn jubilea. ‘Onzen Toon’ stond op donderdag 15 december 1921 en op dinsdag 15 december 1936 in het middelpunt van de belangstelling.

Veldwachters op het platteland werden in 1811geïntroduceerd door de Franse bezetter. De benoeming geschiedde door de Commissaris van de Koning op voordracht van de burgemeester. Aanvankelijk werden de dorpen gecombineerd om samen een veldwachter in dienst te hebben, zoals bij Dreischor en Noordgouwe. In 1863 werd die combinatie beëindigd, zo lezen we in het standaardwerk over de gemeenteveldwacht in Zeeland ‘Bromsnor in Zeeland’ door Albert L. Kort. In Noordgouwe werd Gerret Uyl in het genoemde jaar benoemd, een oud-militair die in Indië had gediend. Hij hield het al snel voor gezien. Een van zijn opvolgers werd Anthonie Jonker uit Ouwerkerk die in 1896 de nieuwe veldwachter werd. Het bleek een goede keus. Jonker was een plichtsgetrouw man, die gezien was bij zijn superieuren en bij de bevolking en daardoor een goede reputatie kreeg.

Op 15 december 1921 stond Jonker in het midden van de belangstelling. Toon vierde zijn 25-jarig jubileum en de Noordgouwenaars zetten hun beste beentje voor. In het gemeentehuisje, dat tegen de kerk stond, werd hij die ochtend gehuldigd. Er was geld onder de ingezetenen ingezameld en daarvan kreeg de veldwachter een leuningstoel, een lamp en een klok. Burgemeester E.H.P. van Nahuijs sprak lovende woorden. Van de gemeenteraad kreeg de veldwachter een enveloppe met inhoud. Van het polderbestuur - Jonker was naast gemeentebode ook bode van de polder - kreeg hij een wandelstok met inscriptie. Zijn collega’s lieten zich ook niet onbetuigd en gaven een rookstel. Vanzelfsprekend werd van Jonker een dankwoord verwacht. Maar dat lukte niet: ‘Ik kan niet, ik ben te vol’, stamelde de geëmotioneerde jubilaris. Het gaf niets, vooral niet toen Jonker de aanwezigen bij hem thuis uitnodigde om daar het feest voort te zetten. ’s Avonds bracht het muziekgezelschap ‘Con Amore’ hem een serenade en hield voorzitter J. Vijverberg een toespraak. De hele avond was er een vrolijke stemming. De jeugd liet zich horen met een vele malen herhaald: ‘Lang zal Jonker leven, in de gloria!’. Een album met de namen van de schenkers wordt bewaard in het Gemeentearchief (Handschriftenverzameling, inv.nr. 1020).

In 1936 werd dat alles nog eens flink overgedaan want toen vierde Jonker zijn veertigjarig jubileum. Weer op 15 december, de datum van zijn indiensttreding, was het gemeentehuisje met een kleine vijftig personen stampvol. Het was versierd met talrijke bloemstukken. Opnieuw was het burgemeester Van Nahuijs die zich uitputte in woorden van lof. Tevens kon hij de jubilaris melden dat het de koningin had behaagd Jonker de zilveren eremedaille in de Orde van Oranje-Nassau toe te kennen. Ook nu was er geld ingezameld door een damescomité. Namens de ingezetenen bood mevrouw Vijverberg een gouden horloge aan. Van het polderbestuur volgde een lectuurbak en de collega’s bleven in de sfeer van vijftien jaar eerder met een rooktafel. Uit de vele toespraken en cadeaus bleek hoe Jonker werd gewaardeerd. Dit keer werd het feest voortgezet in café Coomans en weer bood ‘Con Amore’ een serenade en een geschenk aan. Voor ‘onzen Toon’ waren het dagen om niet te vergeten.

Lang was dat niet want een klein half jaar later kwam Anthonie Jonker na een korte ziekte te overlijden, bijna 65 jaar oud. In de necrologie in de krant kreeg hij op bijzondere wijze lof: ‘Zijn kracht zocht hij niet in het proces-verbaal, maar in de vermaning’.