Logo wereldregio.nl
Foto:

J.G. Bethe (1824-1912)

  Column

J.G. Bethe was en bleef een Zierikzeeënaar terwijl hij ook hecht verbonden was aan Schouwen-Duiveland. Toch had hij zijn toekomst anders gedacht. In plaats van de kansel werd de lessenaar de plaats waar hij zijn leven lang bleef.

Johan George Bethe werd geboren in Zierikzee als zoon van Johannes Tobias Bethe, makelaar in effecten, en Wouterina van de Polder. Al op jonge leeftijd was Johan bezield met het verlangen om predikant te worden. Daarvoor bezocht hij de Latijnse school in Zierikzee om later aan de universiteit theologie te studeren. Maar zover kwam het niet. Hij kreeg last met zijn gehoor. De doofheid nam toe en bleek ongeneeslijk te zijn.

Johan was uitstekend geschikt voor administratief werk. Van 1843-1847 was hij werkzaam bij notaris D.Q. de Jonge van der Halen. Daar was hij ‘eerlijk, ijverig en aanbevelenswaardig’, zoals de notaris in een verklaring schreef. In 1849 werd hij aangesteld als tweede commies op de stadssecretarie van Zierikzee met een jaarwedde van 250 gulden. In 1852 werd Bethe bevorderd tot eerste commies en in augustus 1869 tot commies-griffier waarmee hij tevens de vervanger van de gemeentesecretaris werd. Onder de door Bethe behartigde zaken nam de burgerlijke stand de eerste plaats in. In 1893 vroeg en kreeg hij ontslag, met toekenning van pensioen. Tegelijkertijd was hij van 1851-1909 secretaris-ontvanger van Noordgouwe en van 1855-1905 secretaris van Kerkwerve. Met die halve eeuw en meer was hij recordhouder op dat terrein.

Om wat bij te verdienen was Bethe in zijn jonge jaren agent van de Maatschappij van Levensverzekering, gevestigd in Rotterdam en Den Haag, en van de Brandwaarborgmaatschappij Archimedes in Delft, later van de Brandverzekeringsmaatschappij Imperial in Den Haag. Ook was Bethe correspondent van de Middelburgsche Courant. Dat alles heeft bijgedragen aan zijn vermogen dat riant kan worden genoemd. Lang is de lijst van legaten die hij naliet aan familie, kennissen en zijn dienstbode. Het huis aan de Meelstraat, dat bewoond werd door zijn nicht Cornelia Jacoba Bethe GCdr., legateerde J.G. Bethe aan haar.

De doofheid bleef Bethe zijn leven lang achtervolgen. Het gerucht gaat dat het in Zierikzee meermalen is voorgekomen dat de geboortedag van personen in de geboorteakte niet overeenstemde met de werkelijkheid, een gevolg van het feit dat Bethe de gelukkige vader verkeerd had verstaan.

Een gemeentesecretaris zwijgt in de raadsvergaderingen. Maar er waren uitzonderingen, zoals bij de installatie van jhr. C.A. van Citters tot burgemeester van Noordgouwe in 1901. Bethe eindigde zijn toespraak met: ‘Lang leve en regeere burgemeester Van Citters’. Een daverend applaus volgde. Het krantenverslag vervolgt: ‘De burgemeester verklaarde den secretaris schriftelijk zijn dank te zullen betuigen voor zijn welgemeende woorden’.

Op 10 september 1902 herdacht Bethe het feit dat hij vijftig jaar secretaris en ontvanger van Noordgouwe was. Burgemeester Van Citters wees in de buitengewone raadsvergadering op de ijver en nauwgezetheid waarmee Bethe de belangen van Noordgouwe had gediend. Hij overhandigde de jubilaris een ingelijste foto van de voltallige raad. Bethe sprak dankwoorden en verhaalde wat zich in de halve eeuw in Noordgouwe had afgespeeld. Hij bedacht de armen en trakteerde de schooljeugd. In 1905 kreeg Bethe eervol ontslag als secretaris van Kerkwerve. Vier jaar later nam Bethe ook afscheid in Noordgouwe dat hij 57 jaar had gediend.

Op kerkelijk terrein was Bethe lid van het kiescollege van de Hervormde gemeente waarin hij de moderne richting vertegenwoordigde. In politiek opzicht steunde hij de liberalen. Bethe bleef ongehuwd en woonde met zijn zuster Agatha in het huis Melkmarkt 4. Op ruim 88-jarige leeftijd overleed hij in zijn vaderstad. Zijn zus stierf in 1919, 92 jaar oud.

Huib Uil