Geestdrift | Wereldnieuws uit je regio | wereldregio
Logo wereldregio.nl

Geestdrift

  Column

Plakboek

Die middag loop ik een ommetje langs het Kaaskenswater. In de verte hoor ik sirenes. Niet veel later rinkelt mijn mobieltje. Mijn echtgenoot waarschuwt mij niet te schrikken wanneer ik zo onze straat inloop: er is een keukenbrandje bij de buren. In de straat staan niet alleen veel kijkers, maar de weg is ook afgezet door politie, brandweer en ambulance. Een indrukwekkende hoeveelheid mannen in gele, rode en oranje uniformen loopt op de oprit. Ik voel een heilig respect opkomen voor deze mensen die zo snel ter plaatse zijn. Op de oprit ligt de oorzaak verkoold te wachten op de schade-expert: de TL-balk uit de keuken. Binnen in onze eigen woning is de buurvrouw al voorzien van een kopje thee. Ze is gelukkig ongedeerd. Er komt een aantal gele, rode en oranje uniformen ons huis binnen. Eén van hen is de salvagecoördinator, de eerste hulp na ongevallen. Opeens denk ik: het lijkt wel of er soort blik met engelen opengetrokken is! Mensen die er in no-time voor je zijn, wanneer je ze echt nodig hebt. De salvagecoördinator luistert aandachtig. Er wordt contact gelegd met een tijdelijke opvang. Er zullen komende dagen schoonmaakploegen komen om het huis weer roetvrij te krijgen. Het is in middels al bijna etenstijd. Terwijl ik in de keuken aan het koken ben, spreek ik de salvagecoördinator. ‘Wat een bijzonder beroep heeft u. Ik had er nog nooit van gehoord’, zeg ik. ‘Ja, je ontdekt pas dat dit beroep bestaat op het moment dat we nodig zijn’, zegt hij. Ik glimlach en denk onwillekeurig weer aan mijn engelen-gedachte. Terwijl ik de tafel aanzet, neurie ik psalm 91. ‘Hij zal Zijn engelen gebiên, dat z’ u op weg bevrijden; Gij zult hen in gevaren zien. Voor uw behoud’nis strijden’. De salvagecoördinator heeft ondertussen een tasje met kleding gevuld dat na de maaltijd meegenomen kan worden naar het logeeradres. Aan tafel wordt er genoeglijk gegeten van de stoofpeertjes, bloemkool en aardappelsoesjes. Wanneer de griesmeelpudding op tafel gezet wordt, kijkt mijn buurvrouw mij opeens aan: ‘wat een leuk stukje was dat laatst in de Wereldregio. Ik heb het uitgeknipt voor in mijn plakboek’. Ik vermoed zomaar dat deze column daar ook een plekje zal krijgen.