Logo wereldregio.nl
Foto:

Sigarenfabrieken in Zierikzee

  Column

Tot de onderwerpen uit de geschiedenis van Zierikzee waarvan we nog betrekkelijk weinig weten, behoort de sigarenindustrie.

In het maken van sigaren vonden velen voor de Tweede Wereldoorlog hun bestaan, zowel in fabrieken als in de vorm van thuiswerk. Roken deden velen en vaak. Henk van Mierlo is de uitdaging aangegaan en deed onderzoek naar de sigarennijverheid in Drenthe en Zierikzee. De resultaten verschenen onlangs in het Jaarboek 2020 van de Stichting Nederlandse Tabakshistorie.
In Zeeland waren het Goes en Middelburg die in 1856 voorop liepen bij de lokale productie van sigaren, die vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw bijzonder populair werden. Waarschijnlijk als eerste in Zierikzee, startte Jacobus Groeneveld de Kater in 1858 een sigarenfabriek. De tweede, die deze uitdaging aanging, was Franciscus Henning, die zijn sigarenfabriek als naam gaf: ‘De Onderneming’.
In 1888 had Zierikzee de grootste sigarenfabriek in Zeeland. Dat was ‘De Hoop’ van de firma Koevoets en Hogerheijde met 45 werknemers. Deze naamloze vennootschap was in 1879 opgericht. Tien jaar later werd W. Jongmans firmant naast H. Koevoets en J. Hogerheijde. Toen Koevoets ermee stopte, gingen de andere twee verder met de fabriek die ‘Het Anker’ werd genoemd. Het pand waarin de sigarenfabriek was ondergebracht, Appelmarkt 6, werd in 1904 door brand getroffen. De vennootschap werd in 1911 ontbonden waarna W. Jongmans met zijn zoon alleen verder ging. Ook Hogerheijde ging zelfstandig verder. De sigarenfabriek van Jongmans was vanaf dat jaar gevestigd in het grote pand Havenpark 40 (thans notariskantoor Klaassen). Toen in de jaren tien een foto van het pand werd gemaakt, ontdekten de sigarenmakers, die op de eerste verdieping werkten, de fotograaf. Ze onderbraken hun werk en gingen kijken. Op de foto, waarvan we een uitsnede maakten, zien we de sigarenmakers achter de twee rechterramen.
Andere sigarenfabrieken stonden onder meer aan de Korte Sint Janstraat (de Rookende Moor), Verrenieuwstraat, Visstraat, Poststraat (firma De Kater en Co) en Paardenstraat. Aan de Kinderstraat stond de Coöperatieve Sigarenfabriek ‘De Volharding’. Zierikzee was van alle Zeeuwse plaatsen de stad met de meeste sigarenmakers. Hoewel het totale getal terugliep, bedroeg het gemiddelde aantal werknemers in 1900 nog altijd omstreeks honderd. Dat was de helft van het totaal in heel Zeeland.
Het ontstaan van bonden om de belangen van werknemers te behartigen, is ook bij de Zierikzeese sigarenmakers terug te vinden. Ook dat er conflicten waren. Henk van Mierlo schrijft over de staking in 1906 en het loonconflict in 1907. Dat laatste leidde tot een langdurige werkonderbreking. Pas begin maart 1908 gaven de stakers op en bleken de werkgevers opnieuw te hebben gewonnen want meer loon kreeg het personeel niet. Vooral na de Eerste Wereldoorlog kreeg de sigarenindustrie het moeilijk vanwege het wegvallen van de export naar Duitsland. De invoering van de Tabakswet en de invoering van een accijns op tabak deed het aantal sigarenmakers opnieuw verminderen want een aantal fabrieken stopte om die reden. Bovendien bleek de geïsoleerde ligging van Zierikzee een steeds sterker bezwaar. In de jaren twintig verdwenen de grote sigarenfabrieken van Hogerheijde, Jongmans en de firma De Kater en Co. van J.J. Honig.
Het leidde er onder meer toe dat sigarenmakers thuis gingen werken, al of niet met enkele knechts, en op die wijze een fabriekje oprichtten. In 1924 telde Zierikzee dan ook 22 bedrijfjes en was daarmee opnieuw het centrum van de Zeeuwse tabaksindustrie. Henk van Mierlo noteert dat de fabriek van M.H. Koevoets en Zoon in 1939 495.000 sigaren produceerde. Stadsgenoot Jongmans en Zoon leverde 209.000 stuks af. Die aantallen deden echter niets af aan het feit dat het einde van de Zierikzeese tabaksindustrie werd ingeluid.

Huib Uil