Logo wereldregio.nl
Foto:

Cristobál de Mondragón en Arend van Dorp

  Column

Menigeen heeft zich erover verbaasd: hoe is het mogelijk dat jullie de man eren die Zierikzee in 1576 heeft veroverd? De naam van Cristobál de Mondragón is vereeuwigd in een bekend hotel. De overlevering wil dat zijn degen terug is te vinden op een van de gevels van de Noordhavenpoort. Tevergeefs zal men echter zoeken naar een eerbetoon voor de man die namens prins Willem van Oranje Zierikzee negen maanden heeft verdedigd: Arend van Dorp.

Oorlog voeren was een zaak van veel geweld, waarin de vijand niet werd ontzien en waaraan veel leed onlosmakelijk verbonden was. Van bevelhebbers werd verwacht dat ze streng en zo nodig meedogenloos waren. Maar ook moed, dapperheid, doorzettingsvermogen en respect voor de vijand hoorde daarbij. Wie aan die criteria voldeed, kon voorbestemd zijn om een waardige plaats in de geschiedenisboeken te krijgen. Waarom slaagde de een er wel en de ander er niet in die sympathie op te roepen?

Jonkheer Arend van Dorp (c.1530-1600) was een hoge ambtenaar die in 1572 geld leende aan prins Willem van Oranje voor diens veldtochten. Daarmee won Van Dorp het vertrouwen van de prins ondanks het feit dat hij in een eerdere functie als rentmeester ervan verdacht werd vooral met zijn eigen belangen bezig te zijn geweest. In 1573 benoemde de prins hem tot gouverneur van Zierikzee en van het daarbij behorende gebied. Aan hem was de opdracht de stad en de eilanden te versterken tegen een aanval van de troepen van koning Filips II. Die taak bracht met zich mee dat hij de militaire bevelhebber werd tijdens het beleg van Zierikzee in 1575/1576.

Zijn tegenstander werd Cristóbal de Mondragón (1514-1596). Hij was een Spaanse militair die zijn sporen had verdiend omdat hij veel van de genoemde eigenschappen bezat. Had Mondragón in 1574 de stad Middelburg moeten overgeven, het heeft zijn reputatie geen schade gedaan. Zijn lange staat van dienst was aanleiding hem opnieuw met een belangrijke opdracht te belasten, namelijk de aanval op Zierikzee. Hij was er de aangewezen man voor aangezien hij Zeeland inmiddels uitstekend kende. Bovendien moest hier een gevaarlijke operatie plaatsvinden. De geuzen waren oppermachtig op het water. Daarom besloot Mondragón zijn troepen vanaf de schorren van het verdronken Sint Philipsland bij eb door het toen nog ondiepe Zijpe te laten lopen om zo Duiveland aan te vallen. Een dergelijk huzarenstuk had hij drie jaar eerder volbracht door vanaf de Brabantse wal naar Zuid-Beveland te waden.

De 61-jarige Mondragón en de 45-jarige Van Dorp hadden veel gemeen. Beiden hadden de gunst van hun superieuren gekregen, beiden waren bekwame onderhandelaars. In hun omgeving genoten ze gezag en respect. Zowel Mondragón als Van Dorp waren mannen met grote persoonlijke moed. Maar de verschillen waren groter. Aan Van Dorp bleef het etiket kleven van iemand die het eigen belang voorop stelde. Ook zijn religie liet hij door zijn belangen bepalen. Wilde Mondragón een zijn met zijn militairen, Van Dorp was alleen voor zichzelf royaal.

Jan Pot, in 1925 gepromoveerd op een proefschrift over het beleg van Zierikzee, heeft het oordeel over Mondragón en Van Dorp gemunt in het voordeel van de eerste. Hij wijst op het gebrek aan zelfvertrouwen en energie bij Arend van Dorp die nodig waren voor zijn taken. Ook gebrek aan daadkracht op beslissende momenten hoorde erbij. Daarentegen wijst Pot erop dat Mondragón een eerlijk, rechtschapen en gelovig man was, die groot respect afdwong bij zijn manschappen. Bovendien was hij edelmoedig, ook in 1576 tegenover het verslagen Zierikzee. Het oordeel over beide bevelvoerders viel daarom in het voordeel uit van Cristobál de Mondragón.

Huib Uil