Logo wereldregio.nl

De hoofdpoort

  Column

Zierikzee telde in de middeleeuwen zes poorten. Naast de nog bestaande Zuid- en Noordhavenpoort en de Nobelpoort waren dat de Zuidwellepoort, de Westpoort en de Bagijnepoort. Er was nog een zevende, maar die was jonger. Het ging om de Hoofdpoort, die stond aan het eind van de Hoofdpoortstraat. Deze poort werd 150 jaar geleden afgebroken.

In 1599 kwam het huidige havenkanaal gereed. De oude toegang via de Gouwe, het water tussen Schouwen en Duiveland, was verzand waardoor de scheepvaart gehinderd werd. Voor Zierikzee was een goede verbinding met open water van levensbelang. Daarom besloot het stadsbestuur tot het graven van een kanaal vanaf de zuidelijke stadsgracht naar de Oosterschelde. De zuidelijke stadsmuur werd afgebroken en getransformeerd in een kade, de huidige Nieuwe Haven.

Door deze veranderingen lag Zierikzee aan de zuidelijke zijde open. Het gevaar van een aanval was er nog steeds want ons land was in oorlog met de Spaanse koning. Het beleg van Zierikzee in 1575/1576 lag nog vers in het geheugen. Daarom werd de haventoegang voorzien van twee bolwerken. Het nog bestaande Blauwe Bolwerk en aan de overzijde het Oranje Bolwerk. Vanaf dat laatste bolwerk werd een verdedigingswal aangelegd met een gracht ervoor.

Als gevolg van deze veranderingen had de Bagijnepoort, die aan het eind van de Breedstraat stond, geen functie meer. Daarom besloot het stadsbestuur in 1622 tot afbraak en de stenen te hergebruiken. In datzelfde jaar werden de richting en breedte van de straten op de vrijgekomen grond van het Hof van Ravenstein bepaald. Die grond werd inmiddels uitgegeven voor het bouwen van huizen. Zo ontstonden de Ravestraat en de Schuttershofstraat, genoemd naar het daar gebouwde Schuttershof van de Jonge Schutters.

Om de bereikbaarheid van dit deel van de stad te bevorderen, werd besloten een nieuwe poort te bouwen. In 1624 vond de bouw van de poort plaats, die aanvankelijk Schutterspoort werd genoemd. Later werd de naam Hoofdpoort gemeengoed. Aan de buitenzijde van de poort werd een fraaie steen aangebracht met daarop het stadswapen en een tekst in het Latijn met de namen van de twee burgemeesters in dat jaar: Cornelis Stevense Cooper en Job de Jonge en van de vier thesauriers. Aan de binnenzijde waren de namen te lezen van de vier jongens die de eerste stenen hadden gelegd. Het waren de zoons van de thesauriers, die verantwoordelijk waren voor de bouw.

Boven de poort was een ruim vertrek dat in 1781 bestemd werd tot een provoost of soldatengevangenis. In de Bataafse tijd, in 1798, werd hier weer een gevangenis ingericht, nu voor de onderofficieren van het Franse garnizoen. Net zoals bij de andere poorten was ook hier een poortier aangesteld. Hij had tevens tot taak om de boom, die lag even voorbij het Luitje, elke avond in de monding van de haven te draaien en die 's morgens weer terug te draaien. Zo doende konden schepen 's nachts niet de haven binnenvaren.

In de Franse tijd, in 1811, besloot de Franse bezetter de poort af te sluiten en de brug ervoor af te breken. Na het vertrek van de Fransen in 1813 werd de brug niet hersteld, maar in plaats daarvan werd in 1817 een doorgang gemaakt door het Blauwe Bolwerk. Daardoor werd via het bolwerk de Westhavendijk bereikbaar. De Hoofdpoort werd met het erbij behorende huisje van de poortier door de stad voor afbraak verkocht. Havenmeester Roelof van Meerendonk kocht in 1817 de poort voor 325 gulden waarna deze werd bestemd tot pakhuis. In 1869 kwam het in het bezit van metselaar Marinus Kuipers die de poort in de laatste maanden van dat jaar afbrak. Ter plekke werden twee woningen gebouwd.

Huib Uil