
‘Visser in de polder’ volgt nu zijn passie
AlgemeenHet is voor veel mensen even wennen. Gerookte paling of zalm in de polder halen. Toch is Jacco Kloet (38) al weer anderhalf jaar bezig en timmert hij hard aan de weg. In de polder inderdaad, waar zijn rookkast overuren maakt en de vis gretig aftrek vindt. Dan is hij in zijn element ,,want voor je zelf werken is best wel zwaar, maar het geeft je ook vrijheid en daar hou ik van.’’
Ooit wilde hij net als zijn moeder Helma verpleegkundige op een ambulance worden. Dat is wat hij meekreeg. Maar dat is er nooit van gekomen. Wel werken als stratenmaker, tuinier, landarbeider, zelfs de reinigingsdienst. Maar bij Gerrie van den Hoek vond hij zijn passie en dat was de vis. Van moederskant zit het vissersbloed er wel een beetje in en Jacco is een neef van mosselvisser Jaap Schot. Zijn voorliefde voor de visserij is niet zo verwonderlijk. Een uitstapje naar de vleesboerderij leerde hem dat het toch echt de vis en de vrijheid is, dat het aanspreekt. Daar geniet hij van.
Achter zijn woning aan de Bettewaardsedijk staat de rookkast voor paling. Jacco Kloet weet precies waarop hij moet letten. De paling moet gaan kleuren, een rimpeltje op de huid. Als de paling klaar is haalt hij het met vuurvaste handen uit de kast en laat het even afkoelen. Hetzelfde doet hij met de zalm, die vanuit Noorwegen wordt geïmporteerd.
Alles luistert heel precies. Hij bouwt zijn bedrijf zorgvuldig op en weet dat kwaliteit de kans van slagen vergroot. Even een minder product en mensen blijven weg. Dat weet hij te voorkomen en tot nu toe met succes. Zijn klandizie groeit. Niet in de laatste plaats omdat al zijn vis met uitzondering van de zalm uit het Veerse meer komt. Niet zelden vaart hij mee vanuit Wolphaartsdijk. Dat is wat hij nog steeds graag doet al gaat steeds meer tijd in de handel zitten.
Hij verkoopt ook aan huis, maar daarvan moet hij het niet hebben. Hij zoekt ook de evenementen op en is steevast van plan het aantal evenementen fors uit te breiden. Daarvoor heeft hij al een kar gekocht. Omdat hij er heilig van overtuigd is dat de vis vers moet zijn, doseert hij wat hij meeneemt naar een markt. ‘’Ik heb liever dat het op is en mensen op een volgende ronde moeten wachten.’’ Markten kunnen altijd verrassen. Met de extreme hitte van de laatste weken trekt een evenement minder mensen en dat merkt hij. Het bereiden van de vis heeft voor hem geen geheimen meer, het zoeken naar de juiste afzetmarkt is een uitdaging. ‘’Maar ik denk dat als je iets graag wilt, dat je het ook kunt.’’
Dan moet de politiek geen roet in het eten gooien. De slogan ’de Groene leugen’ die een aantal jaren geleden door de visserijsector is geïntroduceerd in strijd tegen milieuclubs is hem op het lijf geschreven. ‘’Dan zit er weer een mannetje in Brussel die bedenkt dat het vissen op paling misschien wel verboden moet worden. Je hoort het ieder jaar. Er zit zoveel in het Veerse meer.’’
Dat vissen zijn lust en zijn leven is, is wel duidelijk. In de weinige vrije tijd die hij over heeft laat hij zich overhalen om met een club naar IJsland af te reizen om daar te vissen. Je kunt hem niet gelukkiger maken. Kloet is te vinden onder de naam Vis&wildrokerij.