Afbeelding

De herdenking van de overgang van Middelburg in 1924

Algemeen

In 1924 was het 350 jaar geleden dat de stad Middelburg zich na een langdurig beleg overgaf aan de prins van Oranje. Zoals Vlissingen en Zierikzee twee jaar eerder hadden gevierd hoe hun steden zich onder het gezag van prins Willem van Oranje hadden geschaard, was het nu aan Middelburg om terug te blikken op dat gedenkwaardige moment. Vanuit de rest van Zeeland, ook vanuit Schouwen-Duiveland, werd belangstellend meegekeken.

Een plaatselijk comité bereidde de herdenking voor waarbij gekozen werd voor vrijdag 22 februari, de dag dat de Spaanse troepen onder leiding van kolonel Christóbal de Mondragón de stad uittrokken. Vanwege de verwachte toeloop werd ervoor gekozen twee bijeenkomsten te organiseren. De ene in de Nieuwe Kerk bij de abdij, de andere in de Noorderkerk aan de Bogardstraat (in 1985 afgebroken). De eerste was een Hervormde kerk, de tweede een Gereformeerde kerk; het waren de grootste kerkgebouwen in de Zeeuwse hoofdstad.

Die avond zaten beide kerken overvol. Als spreker in de Nieuwe Kerk trad op ds. J.B. Netelenbos, Hervormd predikant in Heinkenszand. Ongetwijfeld vanwege zijn retorische talenten viel de keus op hem. Netelenbos was niet onomstreden. Als gereformeerd predikant was hij in Middelburg vier jaar eerder afgezet en sinds drie jaar hervormd. Het is de vraag of men achteraf gelukkig was met deze spreker. Netelenbos plaatste in zijn rede, onder het gehoor van de Commissaris van de Koningin jhr.mr. Quarles van Ufford en burgemeester Dumon Tak, de gebeurtenissen van 1574 in een ruim kader. Maar hij spaarde de Middelburgers allerminst: ‘Middelburg zelf stak geen hand naar de bevrijding uit’. Het bleek dat ‘kordaatheid niet de hoofddeugd der Middelburgers’ was. ‘Middelburg is ondanks zichzelf van Spaans Geusgezind geworden’. De Middelburgers moeten het tandenknarsend hebben aangehoord. Maar Netelenbos had geen ongelijk.

In de Noorderkerk, de kerk waaraan Netelenbos eerder verbonden was, sprak de landelijke coryfee prof.dr. P.J. Blok. Hij gold onbetwist als de belangrijkste Nederlandse historicus en was hoogleraar in Leiden in de vaderlandse geschiedenis. Het onderwerp was Blok op het lijf geschreven. De vrijheidsstrijd was een van de thema’s die de professor met graagte belichtte. Anders dan Netelenbos had Blok geen enkele behoefte de Middelburgers iets te verwijten. Wat Netelenbos aan de orde stelde, verzweeg Blok om alle kracht bij te zetten aan het optreden van prins Willem en de geuzen.

In zijn rede noemde Blok ook Zierikzee enkele malen, onder meer hoe de prins in december 1573 vanuit deze stad naar de geuzenvloot zeilde voor overleg. In een van zijn veel (te) lange zinnen laat Blok de prins ‘met zijn gewone electriseerende welsprekendheid’ de mannen aanvuren waarna de kapiteins en het bootsvolk ‘den populairen vorst daverend toejuichten’. Willem van Oranje ging daarna naar Vlissingen om de leiding te nemen. De laatste pogingen om de stad te ontzetten, mislukten waarna Mondragón genoodzaakt was de stad op te geven. Op 22 februari – Blok hield het ten onrechte op 21 februari – trokken het Spaanse garnizoen, de katholieke geestelijken en koningsgezinde burgers de stad uit.

Uit het slotwoord van prof. Blok nog deze zin: ‘Zoo vinden wij aan de ingangspoort van de nieuwere geschiedenis ook van dit gewest de indrukwekkende figuur van den grooten Oranjevorst, die de stichter is geweest van ons volksbestaan, de hoeder onzer vrijheden, de onvergelijkelijke leider in den heldenstrijd, dien onze vaderen hebben gestreden “libertatis” én “religionis ergo”, om de Vrijheid én om het Geloof’. Zowel hier als in de Nieuwe Kerk werden de toespraken gevolgd door het uit volle borst zingen van drie coupletten van het Wilhelmus. Veelzeggend is dat de toespraak van Blok werd uitgegeven, wat onder meer in de Zierikzeesche Nieuwsbode werd aangekondigd, maar die van Netelenbos niet. De tekst ervan bleef bewaard in diens verzameling in het Utrechts Archief.

Huib Uil

Meer nieuws