Afbeelding

Nieuwe plannen voor Zierikzee in 1953

Algemeen

De watersnoodramp van 1953 bracht veel in beweging, ook pennen. Al meteen na de ramp werden plannen gemaakt voor de toekomst. Een van de mensen die daarvoor ideeën ontwikkelde was A.J. Argelo, directeur van de dienst met de lange naam: Centrale Dienst voor Bouw-, Woning- en welstandstoezicht en gemeentewerken Noord-Zeeland. Dat gebied omvatte Schouwen-Duiveland, Tholen en Sint Philipsland. Het hoofdkantoor was in Zierikzee.

Argelo ontwierp een structuurplan waarin de voornemens voor Zierikzee werden samengevat. De gemeenteraad omarmde het plan en vervolgens werd het besproken met de verantwoordelijke autoriteiten die er hun instemming mee betuigden. Die goede ontvangst zorgde ervoor dat de gemeente Zierikzee ermee aan de slag ging. Onderdeel daarvan was de uitgave van een brochure met dit structuurplan, die breed werd verspreid en aan onder meer de inwoners, die naar elders waren geëvacueerd, was toegezonden. 

Argelo concentreerde zich op de belangrijkste onderwerpen en daarvan was het verkeer de eerste. De provinciale veerboot legde nog steeds aan bij het Luitje in de Nieuwe Haven. Argelo stelde voor de ondergelopen inlaag ‘De Val’, even ten oosten van het havenhoofd, als veerhaven te bestemmen. Voor het dijkherstel was daar een noodhaven aangelegd. In Zierikzee was men niet enthousiast omdat de reizigers de stad dan letterlijk links zouden laten liggen. Argelo wilde dat nuanceren door de aan te leggen verkeersweg meer naar Zierikzee te leggen.

Uitvoeriger stond Argelo stil bij de waterkeringen. Die werden in Zierikzee gevormd door de huizen langs de Nieuwe en Oude Haven. Weliswaar kon er op een aantal manieren verbetering worden gebracht, maar de beste oplossing was, volgens Argelo, de bouw van een keersluis in het havenkanaal. Die moest bij het begin van het kanaal komen te liggen met daarvoor een rede waar, en daar wijzigde Argelo zijn eerdere voorstel, de aanlegplaats voor de veerboot ook kon worden gebouwd. Die rede kon ook dienst gaan doen als vluchthaven en in de toekomst voor de watersport. Op dat moment moest de zwaar gehavende Westhavendijk nog worden hersteld en besloten werd dit deel van de plannen bij voorrang uit te voeren. Daarom ligt er heden ten dage een knik in de Westhavendijk. De rede staat bekend als de Argelohaven. De keersluis werd ook gebouwd maar meer in de richting van de stad.

Vanzelfsprekend moest er een weg worden aangelegd van die nieuwe aanlegplaats voor de veerboot naar de westzijde van Zierikzee. De bedoelde weg werd, in andere vorm, de Laan van St. Hilaire. Tevens stelde Argelo voor een weg aan de noordzijde van Zierikzee aan te leggen om de Rijksweg vanaf Nieuwerkerk te verbinden met de Provinciale weg (Nieuwe Koolweg). Ook bevatte het structuurplan het voorstel om het terrein tussen die noordelijke weg en de Grachtweg te bestemmen voor de bouw van woningen (plan Malta). Volgens Argelo konden de open terreinen binnen de stadswallen worden bestemd voor de bouw van huizen en openbare voorzieningen. Het terrein ten oosten van de nieuwe weg van de veerhaven naar de Provinciale weg wilde Argelo bestemmen voor de aanleg van een park en een ziekenhuis. Aan de andere kant van de weg, tegen het havenkanaal, kon een rioolzuiveringsinstallatie worden gebouwd. Niet alle plannen werden werkelijkheid. Dat gold wel voor onder meer Argelo’s voorstel voor de locatie van een industrieterrein. Dat kwam aan de zuidzijde van de Nieuwe Haven. Tot slot kwam Argelo met het idee een zwembad aan te leggen bij het Westhavenhoofd. Dat kwam echter bij de veerhaven De Val. Wie vanaf de Zeelandbrug ons voormalige eiland oprijdt, ziet rechts de locatie van het voormalige zwembad en vervolgens de veerhaven die tot 1965 dienst deed.

Meer nieuws