
Lia vraagt aandacht voor slachtoffers bij bouw Stormvloedkering
AlgemeenOnlangs heeft de provincie op Neeltje Jans een monument onthuld voor de Zeeuwse verkeersslachtoffers. Een mooi initiatief, vindt ook Lia Botbijl-Smalheer uit Brouwershaven. Maar het riep bij haar wel meteen de vraag op waarom die aandacht er niet is voor de mensen die bij de bouw van de imposante Stormvloedkering het leven hebben gelaten. Dat waren er, zoveel is bekend, zeker vijf. Een daarvan was de toen vijftigjarige Jan Smalheer, Lia’s vader.
Ze herinnert het zich nog als de dag van gisteren: 15 september 1975, nu bijna vijftig jaar later. Lia Botbijl woonde al op zichzelf en was moeder van een jonge dochter als ’s morgens om half acht de telefoon gaat en ze hoort dat haar vader een ongeluk heeft gehad. Gelukkig is haar man Kees, die normaliter in alle vroegte naar zijn werk ging, nog thuis. Even hoopt ze dat het meevalt, maar dat doet het niet. Jan Smalheer was bij zijn werk in een bandenspoor terecht gekomen en overreden door een vrachtwagen. Het leven van de familie stond op zijn kop. Jan Smalheer liet een toen vijfenveertigjarige echtgenote en vier kinderen achter, die elk op hun eigen manier dat drama met zich mee moesten dragen.
De verslagenheid op het werk was ook groot. ‘’Ze kenden elkaar allemaal. Een soort familie. Ze hadden als collega’s gewerkt bij de Grevelingendam, de Brouwersdam en nu de Stormvloedkering.’’ En verder: ‘’Ik herinner me dat de chauffeur van de vrachtwagen de volgende dag al bij mijn moeder op bezoek kwam. Hij zat helemaal stuk. Ik zie hem nog op de vensterbank tegenover ons huis zitten. Moed verzamelen om binnen te komen’’.
Maar het was een onfortuinlijk ongeval, verwijten zijn er nooit geweest, nog steeds niet. ‘’Tegenwoordig wordt zo’n ongeval tot op de bodem uitgezocht. Dat was toen niet”, vertelt haar man Kees. Van nazorg was al helemaal geen sprake. Andere tijden. Kees keepte in die tijd bij het eerste van Brouwershaven. ‘’Natuurlijk speelde ik niet die week. Ik ben wel met de kinderen even bij de voetbal gaan kijken. Even eruit. Maar niemand die naar me toe kwam. Niemand. De trainer liep zo langs me heen.’’
Trieste samenloop
Vader Jan Smalheer werkte bij het toenmalige Dosbouw en heeft, zo herinnert Lia het zich, nog een jaar salaris doorbetaald gekregen. Daar moest de familie het mee doen. Het was een trieste samenloop van omstandigheden en zou zich vijf keer voordoen bij de bouw van de kering. Maar de herinnering aan het drama zou de familie nooit meer verlaten. Lia: ‘’Natuurlijk denk je er altijd aan als je over de kering rijdt. Altijd’’.
Of als er een monument voor verkeersslachtoffers wordt onthuld. ‘’Voor mij hoeft er geen monument te komen hoor. Dat bedoel ik niet, maar hadden ze er maar even bij stilgestaan.’’ Een plaquette ter herinnering aan de slachtoffers spreekt haar wel aan. ‘’Uiteindelijk weten we formeel niet hoeveel slachtoffers de bouw heeft gekost. Of mensen die er ernstig gewond zijn geraakt.” Ze kan samen met haar man Kees zo een paar voorbeelden noemen. Volgens haar is ooit toegezegd iets met een monument te doen, maar ze hebben er nooit meer iets over gehoord.
