Logo wereldregio.nl

Verbod op onttrekken oppervlaktewater

Waterschap Scheldestromen stelt vanaf vandaag, maandag, een verbod in voor het onttrekken van oppervlaktewater uit sloten en kreken. Door aanhoudende droogte is het waterpeil in waterlopen gedaald tot onder zomerpeil. Om blijvende schade door droogte te beperken, stelt het waterschap een algeheel verbod in voor alle waterlopen binnen het beheergebied. Hiermee probeert het waterschap daling van oppervlakte- en grondwater en mogelijke gevolgschade als inklinking van veen te beperken. Het waterschap verwacht dat het verbod langere tijd van kracht blijft omdat er een flinke hoeveelheid neerslag nodig is om het watertekort op te lossen.

Het onttrekkingsverbod geldt voor de gehele provincie Zeeland, uitgezonderd de gebieden met aanvoer van zoet water uit het Volkerak Zoommeer of de Brabantse Wal: Tholen en Sint Philipsland, de Reigerbergsche Polder bij Rilland, de Eerste Bathpolder en het gebied ten oosten van het Schelde-Rijnkanaal. Ook geldt er een uitzondering voor het onttrekken van maximaal 15m³ oppervlaktewater met toediening van gewasbeschermingsmiddelen als doel. 




Het is uitzonderlijk dat waterschap Scheldestromen een onttrekkingsverbod voor oppervlaktewater instelt. Normaal gesproken is via de watervergunning geregeld dat water uit sloten, kreken en vijvers onttrokken mag worden totdat het zomerpeil bereikt is. Dat nu toch wordt overgegaan op een verbod voor heel Zeeland komt door aanhoudende droogte en de snelle daling van het waterpeil van oppervlaktewater. Het waterschap wil de beperkte hoeveelheid water benutten om het water zo lang mogelijk vast te houden en onomkeerbare schade te beperken doordat het waterpeil uiteindelijk te ver onder zomerpeil zakt.

Het onttrekken van grondwater blijft mogelijk binnen de huidige voorwaarden. Reden hiervoor is dat de invloed van het onttrekken van grondwater beperkt blijft tot perceelsniveau terwijl onttrekkingen van oppervlaktewater invloed hebben op een heel peilgebied. Het waterschap beheert het watersysteem dat bestaat uit sloten, kreken en vijvers. Voor iedere waterloop is een gewenst waterpeil vastgesteld. Het waterschap stuurt op dit gewenste waterpeil door water vast te houden met stuwen of bij overvloed af te voeren via de gemalen naar het buitenwater. Er bestaat verschil tussen zomer- en winterpeil. In het voorjaar en zomer, wanneer het doorgaans droger is, wordt het waterpeil in sloten en vijvers hoger gehouden. Het oppervlaktewater wordt op die manier vastgehouden om daling van de grondwaterstand te beperken. In nattere perioden wordt het winterpeil gehanteerd. Er staat dan minder water in sloten en vijvers zodat er ruimte is om grote hoeveelheden neerslag op te vangen, te bergen of af te voeren naar het buitenwater.