Logo wereldregio.nl
<p>Links staand. De heer Vogel, directeur Stoofpolder. Op de achterste rij Bruse notabelen zoals wethouder Van den Ouden en huisarts Quaak (met donkere bril).</p>

Links staand. De heer Vogel, directeur Stoofpolder. Op de achterste rij Bruse notabelen zoals wethouder Van den Ouden en huisarts Quaak (met donkere bril).

(Foto: Bron Peter Noordermeer)

Afghanen nu niet, maar Hongaren waren welkom

Tijden veranderen. Het gemeentebestuur ziet geen kans om Afghaanse vluchtelingen op te vangen ondanks vragen vanuit de gemeenteraad. Middelburg denkt daar anders over. Nu 65 jaar geleden waren het de Hongaren die hier werden gehuisvest.

Op 23 oktober 1956 begon een spontaan gegroeide opstand in Hongarije waarvan Boedapest de brandhaard was. De bevolking keerde zich massaal tegen het Stalinistische bewind, dat onder de voogdij stond van de communistische Sovjet-Unie. Een eerste hoogtepunt was het omverhalen van het standbeeld van de Russische dictator Stalin. Op 24 oktober vielen de betogers het parlement binnen en dwongen de regering tot aftreden. 

De opstand leek succes te hebben. Hongarije trad uit het Warschaupact en verklaarde zich neutraal. De Sovjet-Unie kon dit niet over zijn kant laten gaan. Op 4 november vielen troepen van het Warschaupact Hongarije binnen en sloegen de opstand, die dertien dagen had geduurd, neer. De oproep aan het Westen om steun vond geen gehoor. In deze tijd van het IJzeren Gordijn was er veel aan gelegen om een openlijke confrontatie met Rusland te vermijden. Het aantal Hongaarse slachtoffers wordt op ongeveer 2500 geschat. Meer dan 200.000 Hongaren werden gedwongen het land te verlaten. Dertienduizend Hongaren werden gevangengezet. Omstreeks 350 werden er geëxecuteerd. Het meeleven in de West-Europese landen was groot. Ook Nederland zette zich in om Hongaren op te vangen.

Op 29 november arriveerden de eerste vluchtelingen op Schouwen-Duiveland. 150 jongens en mannen vonden onderdak in een kamp in Burghsluis en een zestal gezinnen in een kamp in de Stoofpolder bij Bruinisse. Nieuwe groepen werden opgevangen in Oosterland en in het barakkenkamp in de Zelkepolder bij Zierikzee. Daaronder waren 23 leden van de Hongaars-Joodse gemeenschap die al snel doorreisden naar Canada. In maart 1957 werd voor een nieuwe groep het barakkenkamp in Ellemeet bestemd. Veel werd gedaan om het verblijf zo aangenaam mogelijk te maken. De aanwezigheid was tijdelijk want nog in 1957 vertrokken de laatste groepen naar Canada.