Logo wereldregio.nl
<p>Job van der Have uit Oosterland was &eacute;&eacute;n van de directeuren van Frederiksoord</p>

Job van der Have uit Oosterland was één van de directeuren van Frederiksoord

(Foto: )

De Koloniën van Weldadigheid heeft ‘een band’ met Schouwen-Duiveland

Deze week kwam de erkenning af van de Koloniën van Weldadigheid in Drenthe als werelderfgoed. Aan de toekenning van dit predicaat door de Unesco ging een jarenlange procedure vooraf. Na twaalf jaar werden de inspanningen beloond. Ook voor Schouwen-Duiveland waren deze koloniën van groot belang. Zo beschrijft oud-archivaris Huib Uil op verzoek van deze krant.

In 1818 werd de Maatschappij van Weldadigheid opgericht. Oprichter was generaal Johannes van den Bosch (1780-1844). Om de heersende armoede te bestrijden, wilde hij arme gezinnen aan werk helpen. Daarvoor kocht hij in Drenthe woeste grond aan om die te ontginnen. De gezinnen, vooral afkomstig uit de steden, kregen in de vorm van koloniën een huisje en wat grond. Ze werden omgeschoold tot boer om een nieuw bestaan op te bouwen. Later kwamen er ook koloniën met een strak regiem voor wezen, landlopers en bedelaars. 

In totaal werden zeven koloniën opgericht: vijf in Nederland en twee in België, toen nog onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden. In Nederland waren dat Frederiksoord, Wilhelminaoord, Veenhuizen, Willemsoord en Ommerschans en in België Wortel en Merkplas. Voor de erkenning viel de laatste, samen met Willemsoord en Ommerschans in Overijssel, af omdat die te veel waren aangetast. De huizen en gebouwen in de koloniën kwamen te liggen aan kaarsrechte lanen, beplant met bomen. Dit grootscheepse project werd geen onverdeeld succes. Dat neemt niet weg dat vele duizenden, die in eigen omgeving tot armoede gedoemd waren, hierheen werden gestuurd. Ook op Schouwen-Duiveland werd intensief meegeleefd met dit project.

Overal werden subcommissies opgericht om geld in te zamelen. Nog in 1818 kwam de commissie in Zierikzee van de grond onder voorzitterschap van burgemeester mr. A.J. baron van Dopff. De commissie telde zeven leden: twee uit het stadsbestuur, twee uit de vooraanstaande ingezetenen, twee uit de geestelijken, steeds een Hervormd predikant en de pastoor, en een militair uit de stedelijke schutterij. Het begin was succesvol: er traden 150 personen als contribuant toe, nog aangevuld met 62 leden uit de rest van Schouwen-Duiveland en een deel van Tholen, dat later een eigen subcommissie kreeg. Dat goede begin kreeg geen vervolg want al snel daalde de animo en trad er ledenverlies op.

De allereerste Schouwen-Duivelanders die naar Frederiksoord gingen, was het gezin Hahn in 1820. In 1794 was Wilhelm Hahn, afkomstig uit Düsseldorf, in Zierikzee terecht gekomen. In 1801 trad hij in het huwelijk met Theodora Specht, maar al snel werd Wilhelm weduwnaar. In 1803 hertrouwde hij met Simonia Kister. Wilhelm heeft heel wat beroepen gehad: huisbediende, winkelier, kustwachter in de Franse tijd, om daarna paardenknecht en voerman te worden. 

Die laatste bezigheden maakten hem geschikt voor de landbouw. Zijn vijf jaar jongere echtgenote Simonia Kister stond bekend als een goede huismoeder, die vertrouwd was met breien en naaien. Samen met hun zeven kinderen, in de leeftijd van twee tot en met zeventien jaar, verhuisden zij naar Drenthe. Daar werden nog drie kinderen geboren. Wilhelm of Willem Hahn wist zich goed te handhaven, maar verder dan arbeider is hij niet gekomen. In 1843 overleed hij in Frederiksoord, 68 jaar oud. Zijn weduwe, overleefde hem elf jaar en stierf op 79jarige leeftijd in Utrecht bij haar jongste zoon Willem, genoemd naar zijn vader.

De meerderheid van de Schouwen-Duivelanders die bij de Koloniën terecht kwamen, waren de ‘onmaatschappelijken’. Was er met iemand niets te beginnen en kon hij werken, dan was er nog een oplossing: naar Ommerschans. Op de website van de Koloniën van Weldadigheid zijn velen van hen te vinden onder ‘Zoek je voorouders’. Onder de directeuren van Frederiksoord was een Duivelander: Job van der Have (1847-1905), zoon van de burgemeester van Oosterland. Een straat in Frederiksoord is naar hem genoemd. Aan de grondlegger Johannes van den Bosch wijdde J.J. Westendorp Boerma, rector van het Professor Zeemanlyceum in Zierikzee, zijn proefschrift.