Logo wereldregio.nl
<p>Beiaardier gaat het eiland over</p>

Beiaardier gaat het eiland over

(Foto: )

Nieuw geluid op Zierikzees carillon

De stad Zierikzee is met zijn 568 monumentale panden niet alleen negende monumentenstad van Nederland. Het beschikt ook over het oudste carillon van Nederland. Dit carillon in de Zuidhavenpoort heeft deze week weer nieuwe deuntjes gekregen die op het hele en halve uur te horen zijn. Beiaardier Janno den Engelsman en medewerker van de gemeente Schouwen-Duiveland Cor Groen hebben woensdag 31 maart jl. een deel van het Zierikzeese Volkslied van M.A. Swenne en een menuet van J.S. Bach op de trommel van het carillon gestoken. Dit is een actie die elk half jaar wordt uitgevoerd.

Het carillon in de Zuidhavenpoort heeft vanaf het gereedkomen van het nieuwe stadhuis in de Meelstraat in de jaren 1550-1554 tot 1929 in de toren van het Stadhuis gehangen. In deze zelfde jaren, met uitzondering van 1552, zijn in opdracht van de stadbestuurders van Zierikzee door de al in zijn tijd beroemde bronsgieter Peter van den Ghein uit Mechelen in totaal 13 klokken gegoten. De klokken zijn versierd met fraaie afbeeldingen en teksten die aangeven dat Julius III in die tijd paus is en dat keizer Karel V, zijn zoon Philips II en keizer Ferdinand I tot de grote Europese leiders behoorden.

In de middeleeuwen geven klokken de mogelijkheid om boodschappen door te geven aan de lokale bevolking. Denk hierbij aan oproepen voor de kerkgang, maar ook voor brand of voor bijzondere momenten zoals het begin van de jaarmarkt. Vanzelfsprekend worden de klokken ook gebruikt om de tijd aan te geven. Bewoners van een stad of een dorp met een kerktoren voorzien van klokken wordt in die tijd opgevoed met het ritme dat de klokken aangeven. 

Welvarende woonkernen kunnen zich meerdere klokken in de toren veroorloven.

Vanaf 1555 konden de Zierikzeeënaars genieten van de klanken van hun eigen carillon. Dat gebeurde op de marktdagen - vroeger op zaterdag later op donderdag. Dat besluit tot verandering is in 1809 genomen ter wille van onze Joodse stadsgenoten. Andere dagen waarop standaard wordt gespeeld zijn de gildedagen. De Zierikzeese ambachtsgilden hebben elk hun eigen dag waarop een nieuwe deken wordt gekozen en de rekening over het afgelopen jaar wordt gecontroleerd. Deze plechtige jaarlijkse bijeenkomst wordt traditiegetrouw afgesloten met een feestelijke maaltijd onder de klanken van het carillon. 

Vanaf 1750 wordt de functie van stadsbeiaardier van Zierikzee gecombineerd met die van organist van de Sint Lievensmonsterkerk, later van de Nieuwe Kerk. De beiaardiers/organisten zorgen voor een muzikale bloeiperiode voor de stad en zijn bevolking. Zij leren de Zierkzeese jeugd muziek spelen. Tot 1927 bleef deze combinatie bestaan waaraan ook nog een tijd de functie van dirigent van het plaatselijke muziekgezelschap ‘Kunst en Eer’ is verbonden.

Aan de dertien klokken in de Stadhuistoren is in de loop der eeuwen maar weinig onderhoud gepleegd. Al in de loop van de achttiende eeuw is duidelijk dat de klank van de klokken al lang niet meer zuiver is, maar dat er ook geen geld beschikbaar is voor vervanging.

Het duurt uiteindelijk tot 1926 tot het stadsbestuur een oplossing ziet. Het vergissingsbombardement van Zierikzee in 1917, de ruime schadevergoeding die de Britse regering daarvoor uiteindelijke uitkeert en de geringe compensatie van de schade die het speciaal voor dit doel opgerichte ‘Bommencommité’ de eigenaren van beschadigde panden beschikbaar stelt, maakt dat er nog een fors bedrag overblijft.

Na flink wat politiek geharrewar en een inzameling onder de bevolking en een bijdrage vanuit de Zierikzeese Paardenloterij boven op het bedrag dat is overgebleven van de Britse herstelbetaling worden in 1927 besteld bij de firma Taylor in Loughborough (Engeland) 23 klokken voor een nieuw carillon in de toren van het Stadhuis van Zierikzee. De zwaarste klok weegt 330 kilo, de kleinste 10 kilo. Die waren in de loop van dat jaar opgehangen in de stadhuistoren. De grootste klok, de luidlok uit 1551, wordt niet vervangen. Hij is daarvoor te groot. Op dinsdag 3 januari 1928 wordt het nieuwe carillon in gebruik genomen. De welbespraakte burgemeester Fokker houdt een gloedvolle toespraak gevolgd door een bespeling van het nieuwe carillon door Ferdinand Timmermans, stadsbeiaardier van Rotterdam. 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog is er nog een wezenlijke bedreiging voor de bronzen klokken in de toren van het Zierikzeese stadhuis geweest. In opdracht van de Duitse bezetter zijn alle klokken geregistreerd, uit de toren gehaald en daadwerkelijk afgevoerd om te worden vergoten tot kanonnen. Gelukkig is het zover niet gekomen.

Begin 1964 worden de klokken van het oude carillon van de stadhuiszolder overgebracht naar de Zuidhavenpoort en daar weer in functie gesteld, inclusief de oude luiklok uit 1551. Ze begonnen daar opnieuw hun muzikale klanken te strooien met een gedeelte uit de negende symfonie van Beethoven en het Zierikzeese volkslied. Een deel van het Zierikzeese volkslied is nu weer te horen.