Logo wereldregio.nl

Ouwerkerker helpt Antillen op weg met hun financiën

Adrie Geleijnse: ,,ik heb eerst het verschil tussen debet en credit eens uitgelegd.” Volgende week vertrekt hij weer naar de Antillen: Adrie Geleijnse uit Ouwerkerk. Niet om een zonovergoten strand te bezoeken, maar om de financiën van de eilanden op orde te brengen. Eilanden waar tot voor kort het verschil tussen debet en credit onbekend was en waar rekeningen alleen betaald worden als er wat geld in kas is. Een enorme klus voor de financiële man uit Ouwerkerk ,,maar ook een grote eer toen ik gevraagd werd dit te gaan doen.”

Geleijnse was tot 1996 hoofd financiën van de toenmalige gemeente Zierikzee. Bij de samenvoeging van de gemeenten op het eiland koos hij eieren voor zijn geld en trad in dienst bij de gemeente Middelharnis; in dezelfde functie. Inmiddels is hij met pensioen. ,,Achteraf heb ik daar geen spijt van gehad,” vertelt hij nu. Naast zijn werk in Middelharnis gaf hij les aan de Bestuursacademie, waar ambtenaren worden bijgeschoold én is hij ook nog lid van de rekenkamer van Spijkenisse.

Dat netwerk leidde ertoe, dat hij in juni vorig jaar gevraagd werd af te reizen naar Sint Eustatius, één van Antilliaanse eilanden. ,,Ze vroegen me er serieus over na te denken en snel ook. Want twee weken later moest ik in het vliegtuig zitten.” Geleijnse kreeg groen licht van zijn echtgenote en nam de uitdaging aan. Sint Eustatius, Saba én Bonaire worden in december van dit jaar een soort provincies (gemeenten) van Nederland. En de rijksoverheid wil een goede financiële huishouding op de eilanden. Dat geldt ook voor Sint Maarten en Aruba, maar die krijgen een andere status.

Geleijnse wist niets van de eilanden en gebruikte de korte tijd van voorbereiding om zich in te lezen. Maar meer leerde hij van zijn eerste bezoeken. Op de eilanden wordt nauwelijks met een begroting gewerkt. Er wordt dagelijks gekeken wat er in kas is en aan de hand daarvan worden rekeningen betaald. ,,Het komt voor dat lokale leveranciers maanden of langer op hun geld moeten wachten.”

Tegelijkertijd is het interne systeem slecht. Volgens Geleijnse trekt de politiek overzees twee dagen uit voor een begrotingsdebat, maar de volgende morgen verdwijnt diezelfde begroting in een diepe lade en valt men weer terug op het eigen systeem. Daar komt ook nog eens bij, dat het een cultuur is van politieke benoemingen. Geen garantie dus dat de beste mensen op de beste plaatsen komen.

Geleijnse nam Sint Eustatius voor zijn rekening. Zijn taak was het opstellen van een sluitende begroting voor 2008 en zorgen, dat tekorten in 2011 weg zijn. En natuurlijk het opleiden van de mensen daar; een fase waarin hij nu terecht gekomen is.

Maar de financiële huishouding zegt ook iets over de organisatie zelf. ,,Men neemt er vaak geen verantwoordelijkheid. Zo komt het voor, dat er achttien handelingen verricht worden voordat een rekening wordt betaald.” Op Bonaire bijvoorbeeld is de commissionair (wethouder) vier uur per dag zijn handtekening aan het plaatsen op rekeningen, zodat ze uiteindelijk uitbetaald kunnen worden. ,,En het gaat dan bij wijze van spreken om een rekening van vier Antilliaanse guldens en een kwartje.”

Toen Geleijnse voor de eerste keer de Atlantische oceaan overstak was het op eieren lopen voor hem. ,,Ik wilde voorkomen, dat men dacht van er komt weer een blanke uitleggen hoe wij moeten werken. En ik kwam ook nog eens namens het ministerie.” Even overwoog hij het vliegtuig terug te pakken. Maar hij heeft het niet gedaan en daar is hij nu erg blij om.

Geleijnse werd snel als bondgenoot ervaren door het 3000 zielen tellende Sint Eustatius. ,,Wat ik snel door had is, dat het jaarlijkse begrotingstekort vooral veroorzaakt werd door het ziekenhuis, het vliegveld, de havens en het onderwijs. Ik heb duidelijk kunnen maken, dat het plaatselijk bestuur daarover moet gaan onderhandelen met Nederland. Er moet dus geld bij.” En door het goed te organiseren is de kans, dat Nederland met geld over de brug komt groter.

Maar bondgenoot zijn is betrekkelijk. Geleijnse geeft gelijk toe, dat als hij weer op het vliegtuig naar Nederland stapt, er vast wel mensen zullen zijn die weer in hun oude systeem terugvallen. ,,Ik denk dat er wel één of twee generaties overheen gaan. Het is een andere cultuur. Er wordt heel anders met tijd en afspraken omgegaan dan hier in Nederland.” Maar er komt beter financieel toezicht en dat geeft Geleijnse wel moed.

Inmiddels is hij zich enorm betrokken gaan voelen bij de eilanden. Volgende week vertrekt hij weer naar de Antillen om de ambtenaren daar verder op te leiden. En af en toe neemt hij zijn rust. Zoals het bezoeken van een restaurantje op Saba. ,,Ik zat er met een collega te eten. Ik zag placemats met daarop een historische kaart van Zeeland. Bleek de eigenaar Willem Pleune te zijn; van oorsprong van Elkerzee.” Geleijnse geniet daarvan. Maar hij heeft ook een kleine aardbeving meegemaakt en een orkaan. Het was hem wel duidelijk aan de andere kant van de wereld te zijn. Een hele cultuurschok. Maar dat moeten de Antilliaanse ambtenaren, die enige tijd geleden de raadsvergadering van de gemeente Vlissingen hebben bezocht ook gehad hebben. Uitgerekend de vergadering, waarin het voltallige college van burgemeester en wethouders naar huis werd gestuurd in verband met een miljoenenstrop bij de bouwprojecten in het Scheldekwartier.