Actueel SD

Eis taakstraf en voorwaardelijke cel voor Zierikzeeënaar

De 22-jarige R. O. uit Zierikzee moest zich voor de rechtbank verantwoorden voor negen strafbare feiten.

De man werd verdacht van heling van goederen in de zomer van 2016, waarvan hij wist dat de spullen gestolen waren. Daarnaast zou hij een wapen voorhanden hebben gehad en medeplichtig zijn geweest aan het kweken van hennepplanten in Zierikzee. Ook werd hem een mishandeling in Renesse verweten. De verdachte wilde schoon schip maken en gaf tijdens de zitting toe het gros van de delicten te hebben gepleegd. Een groep jongeren, die in wisselende samenstelling opereerde, ging in 2016 op strooptocht.

Zij maakten veel plaatsen (onder anderen Scharendijke, Burgh-Haamstede, Zierikzee) onveilig en droegen de buit over aan de Zierikzeeënaar, waarbij ze financieel in het krijt stonden. Op die manier losten de jonge crimineeltjes hun schulden af.
O. wist de gestolen quad, scooter, i-pad, Macbook, mobiele telefoons en een mountainbike vrij gemakkelijk door te verkopen aan contactpersonen of bood ze aan via marktplaats. Bij het doorzoeken van de woning werd ook een OV-chipkaart gevonden. Op zijn telefoon werden foto’s aangetroffen, die gelinkt konden worden aan de heling, wapenbezit en de hennepteelt.

Tijdens die bewuste zomer zou verdachte een man in het uitgaanscircuit van Renesse hebben mishandeld door hem in het gezicht te slaan. ,,Ik heb hem met mijn hand in zijn gezicht geduwd‘’, was het verweer. Bij dat incident liep het slachtoffer een (lichte) hersenschudding en een bloedneus op. Officier van Justitie W. Suijkerbuijk meende, aan de hand van de camerabeelden, dat O. met zijn rechtervuist had uitgehaald naar het slachtoffer. Die vroeg op zijn beurt 2.292 euro smartengeld, maar de officier vond 1.500 euro passender. Verder eiste hij 240 uur werkstraf en acht maanden voorwaardelijke gevangenisstraf, proeftijd twee jaar en reclasseringscontact.

,,Hij lijkt zijn leven te beteren en het zijn wat oudere feiten’’, motiveerde de officier zijn milde eis. Op de maximale werkstraf mocht 126 uur in mindering worden gebracht, omdat verdachte 63 dagen in voorarrest had gezeten. Advocaat M. van der Want vond de voorwaardelijke straf aan de hoge kant en meende dat reclasseringscontact niet nodig was. Immers zijn cliënt stond nu positiever in het leven. ,,Ik ben meer gefocust op werk. Ik ga volgende maand een eigen bedrijfje starten’’, verzekerde O. Rechtbankpresident G. Nomes merkte nog op, dat de verdachte op jonge leeftijd al een stevig strafblad heeft. ,,Ik had geen werk en ging met foute vrienden om. Al leg ik niet de schuld bij hen, maar bij mezelf’’, aldus verdachte. De rechtbank doet 23 augustus uitspraak.

donderdag 9 augustus 2018